Vlees roken

Vlees of vis kun je 'naturel' roken of eerst marineren, zodat de ingrediënten een extra smaak krijgen. Het gemarineerde eten moet eerst worden drooggedept voordat het op het rooster gaat. Wil je vis roken, kies dan bij voorkeur vette soorten, zoals forel, paling, makreel, zalm, heilbot, karper en haring. Minder vette vissen die snel uit elkaar vallen, zoals wijting of rode poon, leg je bij voorkeur op een rooster dat bekleed is met aluminiumfolie waarin gaatjes zijn geprikt. Ook garnalen en scampi's kunnen op deze manier worden gerookt.

Het vlees van gevogelte, zoals eend, kip, kalkoen, kwartel, gans, duif en struisvogel, laat zich eveneens goed roken. Grotere dieren versnijdt men in delen. Kleine dieren, zoals duif en kwartel, kunnen in hun geheel worden gerookt, waarbij men het gevogelte vaak in een kom van aluminiumfolie legt. Groter gevogelte, zoals kip, parelhoen of kalkoen wordt vaak 'voorgerookt' en vervolgens op de traditionele manier in de oven verder gegaard. Op die manier blijft het vlees sappig en krijg je toch de typische rooksmaak.

In feite kun je alle soorten vlees roken, zelfs zwezeriken, ganzenlever en nieren. Het eenvoudigst zijn worsten en varkensribbetjes. Vlees met weinig vet, zoals biefstuk of ossen- en varkenshaas, wordt meestal kort gerookt, waarna de bereiding wordt voortgezet in de pan of in de oven. Ook wild is geschikt om te roken.

www.rookoven.com